|
Goed bedoeld, maar onbegrepen – het zou de lijfspreuk van Almere kunnen zijn. Deze week ligt er een zes pagina’s vullend, interessant artikel over Almere in de winkels. In mijn tekst heb ik dan ook gretig enige citaten uit dat artikel in HP/deTijd (week 2) verwerkt. Onder de kop die in Almere met regelmatig te horen is: ‘Het kon in Almere’ hebben beide HP/deTijd schrijvers, Iris Cohen en Sonja Hartgring een punt, want zo schrijft het duo. ‘De woningbouw stagneert, er is te weinig werkgelegenheid en de twintigers trekken weg.’ En daarmee slaan ze direct de spijker op de kop.
In het stuk komen enkele Almeerders aan het woord, zo ook Martin Oort, directeur van de Ondernemersvereniging Stadshart Almere. “Het is een magnifiek winkelcentrum, maar het heeft veel te lang geduurd voordat de mensen het wisten te vinden” vervolgens “vanaf windkracht drie moeten mijn deuren dicht, anders komen de plafondlatten naar beneden.” Nu kan Martin Oort misschien niet alles kwijt wat hij had willen zeggen, maar ook ik constateer dat het nieuwe centrum inderdaad is mislukt, want de overkapping is ‘vergeten’. De Diagonaal staat loodrecht op de zuidwestenwind en daarvandaan komt de wind drie van de vier keer, dus een dak had geen overbodige luxe geweest. Het verhoogde Belfort, een pleintje waar je ook al vanaf waait, is door de bezoeker niet terug te vinden en mensen die minder goed ter been zijn komen ‘Het Gebogen Maaiveld’ niet op. Bovendien zijn de huurprijzen exorbitant hoog, werkt het ondergronds afval systeem (OAT) niet naar behoren, is de afwerking van het verkeer een chaos en dreigt inmiddels leegstand van het oude centrum. Randal van Velzen, hoofd van Euroland dat (nog) gehuisvest is in het oude deel van het stadscentrum, zegt: “De gemeente steekt al haar energie in het opkalefateren van het nieuwe centrum. Maar ook in de passages moet wat gebeuren. Euroland draait nog prima, maar straks zijn alleen wij en de Bart Smit nog over.”
Goed bedoeld, maar onbegrepen – het zou de lijfspreuk van Almere kunnen zijn. Op de tekentafel oogde de selfmade metropool misschien ruim en groen, maar in Almere , off all places, heerst woningnood voor starters: twintigers trekken massaal de stad uit. En ondanks de vele pogingen de stad op te pimpen, blijft het imago van Almere als eenzijdig en kleurloos overeind. Het nieuwe Stadshart is een van de vele pogingen de stad weer, of toch nog, sexy te maken. Tevergeefs. ‘Almere lelijkste plek van Nederland’ kopten de kranten in februari. Aldus HP/deTijd.
Een stad bouwen voor de middelmoot, zo stelden twaalf planologen van de Universiteit van Amsterdam in 1975 in het rapport ‘Drijfzand onder Almere’, is vragen om moeilijkheden. Almere zou geen oplossing bieden voor het ruimtegebrek in de Randstad, maar de problemen alleen maar vergroten. Inmiddels is Almere toch gegroeid naar 188.000 inwoners. Maarten Pel, directeur van Woning Coöperatie De Aliantie Flevoland, maakt zich inmiddels jaren zorgen over het aantal opgeleverde woningen. “Er worden veel te weinig nieuwbouwprojecten ondernomen” zegt hij. Hij bedoelt hier ‘grootschalige’ bouwprojecten, die met huisje-tuintje en autootje voor de deur. Dáárvoor komen de mensen naar Almere, aldus Pel. Dat klopt ook wel want in 2007 werden er slechts 813 nieuwbouw woningen opgeleverd terwijl dat tien jaar eerder er nog 3.700 waren. HP/detijd vraagt zich dan ook terecht af hoe dit college van b en w - zoals die steeds opdissen – ervoor kan zorgen dat de stad Almere in 2030 over 350.000 inwoners beschikt? Het tijdschrift signaleert dat bouwen door individuen en andere zeer kleinschalige projecten debet zijn aan de huidige Almeerse bouwmalaise.
Ronduit ernstig is de constatering nota bene van de gemeente Almere zelf, dat er voor starters en/of jongeren, helemaal geen perspectief is in Almere. “Na het voortgezet onderwijs trekken veel jongeren weg vanwege het ontbreken van opleiding, werk en woningen.” Zo is te lezen op de gemeentelijke website.
“Almere is geen plek waar mensen willen studeren”, bevestigt Suzanne Brinkman, verbonden aan de UvA en betrokken bij de studierichting ‘Gedrag en Samenleving’ (Thans onder de naam: Algemene Sociale Wetenschappen). “We hebben zeven jaar lang in Almere gezeten. Studenten aantrekken was toen moeilijk, er begonnen maar 40 mensen per jaar aan de propedeuse. Door de overstap naar Amsterdam schrijven nu drie keer zoveel studenten zich in.”
De planologen hielden er de grootste fantasieën op na. Almere zou in de toekomst dependances van universiteiten huisvesten en plaats bieden aan televisiestudio’s uit het gooi. Opgeleid of niet, de Almeerse arbeidmarkt zou er voor iedereen zijn. Negentig procent zou er een baan vinden(…) Helaas, dertig jaar later ligt het percentage onder de vijftig procent. Meer dan de helft van de werkende Almeerse bevolking werkt buiten de stadsgrenzen en geeft zich zo noodgedwongen over aan de files op de A6 en de A1.
De hele verhandeling over het Almeerse uitgaansleven zal ik u hier even besparen, maar is net zo schrijnend als de rest in Almere. Wel wil ik Ruud Backx, de interim manager van Cinescope nog graag even citeren uit HP de tijd. “De gemeente vindt het belangrijk dat Almeerders, goede niet commerciële films kunnen zien. Daarom krijgen we 150.000,- Euro per jaar” (Red: Dial. Is inmiddels 187.000,-- per jaar). “Maar de groep geïnteresseerden is klein en groeit te langzaam. Nu draaien we vier films per avond en regelmatig blijven de zalen leeg”. Dit laatste weten we in Almere met zijn allen al jaren. Maar dit bestuur onder aanvoering van de PvdA, die over een derde van de stemmen beschikt, heeft in de recent verschenen cultuurnota de subsidie aan Cinescope verhoogd en structureel gemaakt. De apathische coalitiepartners slikten dit zonder gemor.
Volgens de onderzoekers plakken de Almeerders vast aan hun bankstel omdat ze als tweeverdieners, in hun beperkte vrijtijd, er echt geen zin meer in hebben om naar een culturele instelling te gaan. Dat weten we toch. Maar ons stadsbestuur snapt, of wil dat niet snappen en blijft geld dumpen in mislukte initiatieven zoals Cinescope. Dat de burgers dit met leden ogen aanzien neemt met voor lief in Almere.
In het jaar 2000 heeft het tijdschrift Vrij Nederland Almere ook eens beoordeeld op positieve eigenschappen,…. Dat waren er toen al bar weinig. Het artikel staat nog online en is nu interessant om naast dit stuk van HP/deTijd te leggen. Maak maar een vergelijk. De economische groei was de afgelopen 10 jaar in Almere zo ongeveer het hoogste van Nederland. Maar je kunt niet spreken van vooruitgang in de zin van een betere woon-, werk- en leefomgeving. Het tegendeel is nu wel bewezen: Almere is inderdaad een mislukte stad. |